Westfriesland is een regio van doeners. Van familiebedrijven en agrariërs tot maakindustrie, zorg en dienstverlening. Ondernemers die hun bedrijf bouwen in een dorp, een stad of op het land, maar die steeds vaker merken dat hun vraagstukken niet stoppen bij de gemeentegrens. Bereikbaarheid, ruimte, personeel, energie en regelgeving spelen regionaal, soms zelfs landelijk.
Precies vanuit dat besef werd 25 jaar geleden de Westfriese Bedrijvengroep opgericht. Niet als uitgedacht concept, maar als praktisch initiatief van ondernemersverenigingen die elkaar wisten te vinden. Omdat ze zagen dat losse geluiden te weinig gewicht hadden. En omdat samenwerken niet betekende dat je je eigen identiteit verloor, maar dat je samen sterker werd.
Die spanning tussen lokaal en regionaal is er altijd geweest. En juist daarin zit de kracht van de WBG.
Regionaal denken, lokaal geworteld
In de beginjaren lag de focus vooral op verbinden. Elkaar leren kennen, belangen ophalen, vertrouwen bouwen. Dat ging niet vanzelf. Veel ondernemersverenigingen waren sterk lokaal georiënteerd en vroegen zich af wat een regionale club toevoegde. Peter Helderman: “De wortels van ondernemers liggen lokaal. Daar gebeurt het. Maar de besluiten die hen raken, worden steeds vaker regionaal genomen. Dan heb je een organisatie nodig die dat overzicht heeft, zonder het lokale gevoel kwijt te raken.”
Die spanning is er altijd geweest en is er nog steeds. Regionaal denken vraagt overzicht, maar lokaal gebeurt het. Meerdere oud-bestuursleden geven aan dat dit één van de grootste uitdagingen was: hoe zorg je dat regionale belangen worden behartigd, zonder de lokale identiteit en autonomie van verenigingen uit het oog te verliezen?
De WBG ontwikkelde zich daarin stap voor stap. Lokale verenigingen bleven het vertrekpunt, terwijl de WBG steeds vaker het gesprek voerde op regionaal en provinciaal niveau. Niet als vervanging van lokale clubs, maar als verlengstuk ervan.
Professionalisering als kantelpunt
Rond 2015 kwam de organisatie op een kruispunt. De agenda groeide, dossiers werden zwaarder en de vraag vanuit verenigingen werd scherper: wat levert de WBG ons concreet op? Het bestuur werkte volledig op vrijwillige basis en liep tegen grenzen aan.
John Koomen is daar open over. “We hadden ideeën genoeg, maar de uitvoering werd te veel. Alles kwam bij een paar mensen terecht. Op een gegeven moment wankelde het. Niet door gebrek aan betrokkenheid, maar doordat de organisatie groter werd dan wat vrijwilligers konden dragen.” Marja Beets-Visser zag van dichtbij wat dat betekende. “De WBG zat midden tussen de lokale clubs en het provinciale speelveld. Er gebeurde ontzettend veel, maar niet alles was zichtbaar. Professionalisering was nodig om overzicht te houden, dingen vast te leggen en te zorgen dat afspraken ook echt werden opgevolgd.”
De keuze om te professionaliseren was geen makkelijke. Er waren stevige discussies en het kostte bestuurlijke posities. “Het had daar ook kunnen stoppen,” zegt John. “Maar juist omdat het spannend werd, moest er worden doorgepakt.”
Met de aanstelling van een vaste verenigingsmanager en een nieuwe voorzitter in de persoon van Hans Huibers ontstond voor het eerst echte continuïteit. Taken werden helderder, de organisatie werd zichtbaarder en dossiers kregen meer structurele opvolging. “Vanaf dat moment werd de WBG niet alleen actiever, maar ook consistenter,” zegt Marja. “Er was iemand die de lijnen vasthield en zorgde dat initiatieven niet bleven hangen.”
Van praten naar resultaat
De professionalisering maakte zichtbaar wat de WBG kon zijn. Niet alleen belangenbehartiger, maar ook aanjager van concrete initiatieven. De lobby rond de Westfrisiaweg is daar een bekend voorbeeld van. Jarenlang verbinden, afstemmen en volhouden. Geen snelle winst, maar structureel resultaat. Recenter zie je dat ook bij de rotonde op Bedrijvenpark WFO. En in de toekomst hopelijk met de Houtribdijk.
Ook in crisistijd bewees de WBG haar waarde. Tijdens de coronaperiode fungeerde de organisatie als schakel tussen overheid en ondernemers. Informatie werd gebundeld, signalen opgehaald en knelpunten gedeeld. En met Taskforce Katapult konden ondernemers meteen weer door, zodra dat mocht. Oud-bestuurslid Ronald Bleeker verwoordt het als volgt: “De kracht van de WBG zit niet in direct rendement, maar in continuïteit.[Rv1] Door jarenlang samen op te trekken, ontstaat vertrouwen. En dat vertrouwen maakt het verschil op de lange termijn.”
Daarnaast werd sneller geschakeld waar dat kon, zoals bij de werkzaamheden aan de A7, waar ondernemersbelangen direct werden ingebracht, zodat Rijkswaterstaat er beter rekening mee kon houden.
Initiatief nemen en loslaten
Wat de WBG in de loop der jaren onderscheidde, is dat zij niet alleen reageerde, maar ook zelf initiatieven startte. De Talent Academy is daar een goed voorbeeld van. Ontstaan vanuit een concreet gesprek over personeelstekorten, begonnen in de zorg en inmiddels uitgegroeid tot een breder platform waar onderwijs en bedrijfsleven elkaar structureel vinden. Kenmerkend is ook dat de WBG daarna een stap terug doet, als aanjager en verbinder. .
Het Duurzaam Ondernemersloket, Parkmanagement en samenwerkingen met onderwijs en ontwikkelingsorganisaties kwamen voort uit dezelfde gedachte: iets in beweging brengen en het daarna laten groeien. Niet alles hoeft bij de WBG te blijven. Voormalig voorzitter Hans Huibers verwoordt dat treffend: “Je gooit een steen in de vijver. Als het werkt, gaat het een eigen leven leiden. En dat is precies de bedoeling.”
Een brede achterban
Wat we vaak vergeten: het merendeel van de Westfriese ondernemers zit niet op een bedrijventerrein. Zo’n twee derde werkt verspreid door dorpen, linten en het buitengebied. Ook agrarische ondernemers vormen een belangrijk onderdeel van de regionale economie. De WBG heeft zich altijd ingespannen om ook deze groepen te vertegenwoordigen, juist omdat regionale besluiten hen net zo hard raken.
Na 25 jaar is de WBG uitgegroeid tot een organisatie die vrijwel alle ondernemersverenigingen in Westfriesland verbindt. Niet door iedereen gelijk te maken, maar door verschillen te respecteren en belangen te bundelen waar dat nodig is. Of zoals Hans-Peter Baars het samenvat: “Het mooiste vind ik dat clubs elkaar nu echt weten te vinden. Er wordt minder gepraat en meer doorgepakt. En landelijk wordt de WBG gezien als voorbeeld en mogen we presentaties geven voor andere clubs, op uitnodiging van onder andere Stichting Clok en MKB Nederland. Dat is geen toeval, dat is gegroeid.”