Steeds meer LHBTIQA+ personen zijn open over hun genderidentiteit en seksuele oriëntatie. Ook is de mate van acceptatie vergelijkbaar met twee jaar terug en is deze in bepaalde groepen – zoals bij ouders, familie en studiegenoten- toegenomen. Er zijn ook enkele minder positieve trends en resultaten, zowel op het gebied van veiligheid als op het gebied van welzijn. Dit blijkt uit de derde editie van de Regenboogpeiling Noord-Holland Noord (NHN) 2026 van GGD Hollands Noorden.
De Regenboogpeiling is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Alkmaar, Dijk en Waard, Hollands Kroon, Schagen en Hoorn. De resultaten van deze peiling verschijnen in dezelfde week als Paarse Vrijdag en Coming Out Day en benadrukken waarom aandacht voor acceptatie en inclusie belangrijk blijft.
Openheid over genderidentiteit en seksuele oriëntatie toegenomen
LHBTIQA+ personen zijn iets vaker open over hun genderidentiteit en seksuele oriëntatie dan in 2024. In 2026 geeft 78% aan open te zijn over hun genderidentiteit en 68% over hun seksuele oriëntatie.
· Vooral bij vrienden en in het gezin voelen mensen zich vrij om zichzelf te zijn: ongeveer driekwart kan volledig open zijn over hun genderidentiteit of seksuele oriëntatie.
· Op het werk geldt dit nog voor 61% van de LHBTIQA+ personen.
· Bij de eigen geloofsgemeenschap en sportvereniging heeft 57% en 55% het gevoel hierover volledig open te kunnen zijn.
Ervaren acceptatie afhankelijk van de omgeving
Ruim de helft van de LHBTIQA+ personen (52%) voelt zich even geaccepteerd als twee jaar geleden, iets meer dan een kwart (27%) voelt zich minder geaccepteerd. De mate van acceptatie verschilt sterk per omgeving.
· Meer dan negen op de tien LHBTIQA+ personen voelen zich in hoge mate geaccepteerd door vrienden en hun eigen kinderen. Die acceptatie neemt af naarmate de omgeving verder van de persoon af staat.
· Net als in 2024 is het gevoel van acceptatie het laagst tijdens het uitgaan, binnen geloofsgemeenschappen en in de eigen stad. Zo voelt 28% zich slechts redelijk geaccepteerd in de eigen stad en 13% voelt zich in de stad (zeer) weinig geaccepteerd.
Onveiligheidsgevoelens nemen toe Het gevoel van onveiligheid in de eigen woonomgeving lijkt langzaam toe nemen sinds 2022. Zo voelen meer LHBTIQA+ personen zich onveilig op straat buiten de eigen wijk, in het openbaar vervoer of bij een muziek– of hobbyvereniging vergeleken met 2024.
· LHBTIQA+ personen voelen zich het onveiligst in het winkelcentrum, openbaar vervoer en op straat buiten de eigen woonwijk. Bijna twee op de drie LHBTIQA+ personen (65%) voelen zich soms tot (heel) regelmatig onveilig op straat.
· Uit de peiling blijkt ook dat bijna drie op de tien LHBTIQA+ personen (29%) in de afgelopen twee jaar discriminatie of ongelijke behandeling heeft meegemaakt.
Een andere zorgelijke uitkomst is dat bijna de helft van de slachtoffers van psychische, lichamelijke of seksuele mishandeling geen hulp zoekt of melding maakt van de gebeurtenis. Slechts een kleine groep doet aangifte of melding bij de politie.
Welzijn jongere LHBTIQA+ personen lager dan van alle leeftijdsgenoten
· Zeven op de tien LHBTIQA+ personen (73%) geven aan hun gezondheid als goed tot zeer goed te ervaren. Dit is hoger dan in 2024: toen was het 68%.
· Er is ook gekeken naar het voorkomen van angst- of depressiegevoelens: 66% van de LHBTIQA+ personen heeft daar last van.
· Ook heeft ruim een kwart (27%) in het afgelopen jaar serieus aan zelfdoding gedacht.
Wanneer deze resultaten worden vergeleken met de Gezondheidsmonitors van GGD Hollands Noorden, dan valt op dat het welzijn van de LHBTIQA+ doelgroep, en dan vooral van jongere LHBTIQA+ personen (16-29 jaar), minder gunstig is dan dat van leeftijdsgenoten in de regio.
Behoefte aan educatie, ontmoeting en zichtbaarheid
Deelnemers geven aan dat verdere verbetering van acceptatie vooral mogelijk is door educatie, dialoog en zichtbaarheid. Bijvoorbeeld via lessen op scholen, voorlichting, zichtbaarheid in de media, bij evenementen, in kranten en via allerlei andere communicatiekanalen. Ook ondersteuning vanuit gemeenten en maatschappelijke organisaties wordt door veel deelnemers belangrijk gevonden.
Diversiteit binnen de LHBTIQA+ gemeenschap
Hoewel de focus in dit onderzoek met name lag op álle LHBTIQA+ personen, laat deze peiling ook zien dat de groep heel divers is. Er zijn duidelijke verschillen tussen cisgender, transgender en non-binaire personen, tussen diverse seksuele oriëntaties en tussen jongere en oudere deelnemers. Vooral transgender, non-binaire, queer/panseksuele en biseksuele personen ervaren vaker minder acceptatie, meer onveiligheid en een lager welzijn.
Rapport en bijeenkomst Omarm de Mens
Van december 2025 tot april 2026 vulden 1.224 LHBTIQA+ inwoners uit Noord-Holland-Noord (NHN) de Regenboogpeiling in. Met de Regenboogpeiling NHN brengt GGD Hollands Noorden samen met vijf uitvoerende gemeenten, voor de derde keer in kaart hoe het gaat met de LHBTIQA+ inwoners in de regio. De resultaten vormen een basis voor de verdere ontwikkeling en onderbouwing van het inclusie- en diversiteitsbeleid in de gemeenten en regio.
Het volledige rapport is beschikbaar via de Gezondheidsatlas van GGD Hollands Noorden (www.gezondnhn.nl). De resultaten worden ook toegelicht tijdens de voorlichtingsavond ‘Omarm de mens’, een avond over veiligheid, discriminatie en weerbaarheid met schrijver, columnist en journalist Haroon Ali en bijdragen van GGD Holland Noorden, Discriminatie.nl en Roze in Blauw.